Wijzigingen in de WW per 1 januari 2016

Wijzigingen in de WW per 1 januari 2016

Een werknemer die nu werkeloos raakt, heeft minimaal recht op drie maanden WW-uitkering, indien hij voldoet aan de juiste voorwaarden, zoals de wekeneis. Dat wil zeggen dat hij voorafgaand aan zijn werkloosheid in ieder geval 26 weken van de laatste 36 weken in loondienst heeft gewerkt. De uitkering wordt verlengd als de werknemer ook voldoet aan de jareneis. Hij heeft dan, in vijf jaar voorafgaand aan de dag dat hij werkeloos werd, ten minste vier jaar gewerkt. Afhankelijk van het totale arbeidsverleden heeft iemand recht op een bepaald aantal maanden WW, tot maximaal 38 maanden.

Overgangsregeling

Per 1 januari 2016 gaat er het nodige veranderen.

WW-rechten die al zijn opgebouwd, daar verandert niets aan en de werknemer die op 1 januari gebruik maakt van de (oude) regeling die blijft hiervan gebruik maken.

Als je na 1 januari 2016 werkeloos raakt, dan ontvang je over de 1e 10 jaar van het arbeidsverleden voor elk gewerkt jaar 1 maand WW. Daarna ontvangt je voor elk jaar arbeidsverleden een halve maand WW. De overgangsregeling is als volgt. De duur van de WW uitkering wordt geleidelijk teruggebracht naar 24 maanden door de oude rechten met 1 maand per kwartaal terug te brengen.

Voorbeeld: stel dat een werknemer volgens de oude regeling recht zou hebben op 38 maanden WW en hij vraagt in het eerste kwartaal van 2016 een WW-uitkering aan. Hij krijgt dan 37 maanden WW- uitkering. Wordt hij in het tweede kwartaal van 2016 werkeloos, dan is de WW-duur 36 maanden. Op deze manier wordt de WW duur met een maand per kwartaal teruggebracht tot 24 maanden.

Passend werk

Iemand die werkeloos wordt wil het liefst een nieuwe baan op het eigen niveau van opleiding, ervaring en loon. Na 6 maanden echter wordt iedere baan als passend gezien. Dat betekent dat na 6 maanden een sollicitatieplicht geldt voor banen met een lager opleidingsniveau, een langere reistijd, minder inkomen maar ook een tijdelijke c.q. parttime baan.

Inkomensverrekening.

Op dit moment wordt de hoogte van de WW-uitkering vastgesteld door het verrekenen van het aantal gewerkte uren. Voor uitkeringen die zijn ingegaan voor 1 juli 2015, blijft dit zo.

Vanaf 1 juli 2015 geldt de inkomensverrekening. Van iedere euro die iemand met werken verdient, wordt 70 procent met de uitkering verrekend. De resterende 30 procent mag gehouden worden. Daarmee neemt het inkomen dus toe. Hierdoor loont het altijd om vanuit de WW te gaan werken.

Situatie tot 1-1-2016 Situatie vanaf 1-1-2016
Duur: maximaal 38 maanden Maximaal 24 maanden
Hoogte: 2 maanden 75% en daarna 70% dagloon Onveranderd
Opbouw: 1 jaar arbeidsverleden = 1 maand WW 1e 10 jaar: 1 jaar = 1 maand WW en daarna elk jaar arbeidsverleden = 1/2 maand WW
 Na 1 jaar is alle arbeid passend Na 1/2 jaar is alle arbeid passend 
Urenverrekening  Inkomensverrekening