Basiscontract met arbodienst of bedrijfsarts verplicht vanaf 1 juli 2018

Basiscontract met arbodienst of bedrijfsarts verplicht vanaf 1 juli 2018

Basiscontract met arbodienst of bedrijfsarts verplicht vanaf 1 juli 2018

Met de wijziging van de Arbowet per 1 juli 2017 is de positie van de bedrijfsarts versterkt. Iedere werkgever moet vanaf 1 juli 2018 beschikken over een basiscontract met een arbodienst of bedrijfsarts. Daarin wordt vastgelegd welke taken de bedrijfsarts vervult, en op welke wijze deze worden uitgevoerd. Door zich te houden aan de minimumeisen van het basiscontract respecteert de werkgever de professionaliteit van de bedrijfsarts.

Verder bevat de wetswijziging ook preventie-elementen, zoals het recht van de werknemer op onbelemmerde toegang tot de bedrijfsarts (spreekuur). De doorgevoerde wetswijziging betreft wijzingen binnen het stelsel.


De effecten van deze wetswijziging worden in 2020 geëvalueerd.


De verantwoordelijkheid voor de arbeidsomstandigheden ligt bij de werkgever en de werknemer. Bij de uitvoering daarvan wordt de werkgever ondersteund door erkende deskundigen die werkzaam zijn bij een arbodienst of als zelfstandige werken. Voor een aantal taken geldt dat de werkgever zich moet laten ondersteunen door een bedrijfsarts. Het gaat dan bijvoorbeeld om de advisering aan werkgever en werknemer over de ziekteverzuimbegeleiding en re-integratie.

Onafhankelijkheid bedrijfsarts

De bedrijfsarts moet in de adviesrol richting werkgever en werknemer zijn onafhankelijkheid bewaren. Uitgangspunt is dat een zieke werknemer nooit onder druk gezet mag worden om weer te beginnen met werken of in de WW terecht komt zonder voldoende hersteld te zijn. 

De werkgever is in eerste instantie verantwoordelijk voor een juiste begeleiding van de zieke werknemer. De bedrijfsarts is de adviseur van de werkgever en de werknemer. Het nieuw geïntroduceerde basiscontract is een belangrijk instrument om de onafhankelijkheid van de bedrijfsarts te versterken.

Bescherming zieke werknemer

Als een werknemer hersteld wordt verklaard door de bedrijfsarts terwijl de werknemer het daar niet mee eens is, dan kan hij hierover aan het UWV een deskundigenoordeel vragen. Vervolgens is beroep op de rechter mogelijk.


Bron: salarisnet.nl